Tiempos perfectos de indicativo

Voltooide vormen voor afgeronde handelingen in de aantonende wijs.

Pretérito perfecto (Antepresente)

Het Spaanse Pretérito Perfecto beschrijft gebeurtenissen vóór nu die nog met het heden verbonden zijn: ervaringen die iemand ooit of nooit heeft gehad, of iets wat al is gebeurd. De vorm bestaat uit haber met een voltooid deelwoord.

De Nederlandse voltooide tijd is vaak een natuurlijke vertaling, maar het gebruik valt niet volledig samen. Ook binnen het Spaans bestaan regionale verschillen: in Spanje hoor je bijvoorbeeld “¿Has visto la película hoy?”, terwijl in een groot deel van Latijns-Amerika vaker “¿Viste la película hoy?” staat.

Voorbeelden

  1. Nunca he ido a Perú

    Ik ben nog nooit in Peru geweest

    Deze ervaring heeft tot nu toe niet plaatsgevonden.

  2. ¿Has visto mi teléfono?

    Heb je mijn telefoon gezien?

    De telefoon is nog zoek, zodat de eerdere handeling nu nog relevant is.

  3. Ya hemos terminado la tarea

    We hebben de opdracht al afgemaakt

    Ya laat zien dat de handeling vóór nu voltooid is.

Pretérito anterior (Antepretérito)

Zeldzaam of historisch

Het Spaanse Pretérito Anterior is in de moderne taal vrijwel verdwenen. Het gaf vroeger aan dat een handeling vlak vóór een andere handeling in het verleden voltooid was.

De vorm komt vooral nog voor in oude literatuur en formele juridische teksten. In gewone taal gebruikt men het Pretérito Pluscuamperfecto of het Pretérito Indefinido. Voor alledaags Spaans hoef je deze vorm niet actief te gebruiken.

Voorbeelden

  1. Cuando hube terminado la carta, la envié

    Zodra ik de brief had afgemaakt, verstuurde ik hem

    Dit is zeer formeel en verouderd; in gewoon Spaans staat eerder Cuando terminé la carta, la envié.

Pretérito pluscuamperfecto (Antecopretérito)

Het Spaanse Pretérito Pluscuamperfecto geeft aan dat iets al was gebeurd vóór een ander moment in het verleden. De combinatie met haber en een voltooid deelwoord komt in betekenis vaak overeen met de Nederlandse voltooid verleden tijd.

Gebruik de vorm om bij een gebeurtenis in het verleden te laten zien wat toen al waar of voltooid was. In verhalen biedt hij achtergrond of verklaart hij wat aan een latere gebeurtenis voorafging.

Voorbeelden

  1. Ella había salido cuando llamaste

    Ze was al weggegaan toen je belde

    Op het moment van bellen was ze al weg.

  2. Había estudiado español antes de mudarme a Argentina

    Ik had Spaans gestudeerd voordat ik naar Argentinië verhuisde

    Eerst vond het studeren plaats en daarna de verhuizing; beide liggen in het verleden.

  3. Nunca había probado comida tailandesa hasta ese día

    Tot die dag had ik nog nooit Thais eten geproefd

    De nieuwe ervaring vond die dag plaats; daarvoor had de spreker het nooit geprobeerd.

Condicional perfecto (Antepospretérito)

De Spaanse Condicional Perfecto beschrijft iets wat zou zijn gebeurd, maar in werkelijkheid niet gebeurde. In het Nederlands gebruik je vaak zou(den) met een voltooid deelwoord en het passende hulpwerkwoord hebben of zijn.

Deze vorm gaat over hypothetische handelingen in het verleden: gemiste kansen, spijt of een ander denkbaar verloop. Vaak heeft de zin twee delen:

  • het denkbeeldige gevolg staat in de Condicional Perfecto;
  • de reden of niet-vervulde voorwaarde gebruikt een andere verledenvorm, bijvoorbeeld het Pretérito Indefinido, het Pretérito Imperfecto of het Pluscuamperfecto de Subjuntivo.

Voorbeelden

  1. Habría ido a la fiesta, pero estaba enfermo

    Ik zou naar het feest zijn gegaan, maar ik was ziek

    De spreker ging niet; habría ido noemt het gevolg dat door de ziekte uitbleef.

  2. Ella habría venido antes si la hubieras llamado

    Ze zou eerder zijn gekomen als je haar had gebeld

    Habría venido is het denkbeeldige gevolg; hubieras llamado is de niet-vervulde voorwaarde in het Pluscuamperfecto de Subjuntivo.

  3. Lo habría explicado mejor con más tiempo

    Met meer tijd zou ik het beter hebben uitgelegd

    De voorwaarde is hier niet met een expliciete si-zin uitgedrukt.

Futuro perfecto (Antefuturo)

De Spaanse Futuro Perfecto zegt dat iets op een bepaald toekomstig moment al voltooid zal zijn. Vanuit dat toekomstige punt kijk je terug op wat dan afgerond is. Het Nederlands kan hiervoor een gewone voltooide tijd met een duidelijke tijdsbepaling gebruiken.

De vorm heeft ook een tweede gebruik: een waarschijnlijke gevolgtrekking over iets wat vermoedelijk al is gebeurd. Hoewel de naam naar de toekomst verwijst, gaat deze lezing over het verleden en moet de Nederlandse vertaling die waarschijnlijkheid uitdrukken.

Voorbeelden

  1. Para 2025, habré terminado mis estudios

    Tegen 2025 heb ik mijn studie afgerond

    Op het genoemde toekomstige tijdstip zal de handeling voltooid zijn.

  2. No contesta… habrá salido sin el teléfono

    Hij neemt niet op … hij zal wel zonder zijn telefoon de deur uit zijn gegaan

    Habrá salido is hier geen gewone toekomst, maar een vermoeden over een handeling die al heeft plaatsgevonden.

Laat Spaanse grammatica niet in de weg staan van wat je wilt zeggen

Oefen de onderwerpen waarover je twijfelt elke dag een paar minuten met aandacht, zodat je klaar bent wanneer je aan de beurt bent om te spreken.